In de tentoonstelling Binnen is het gisteren, buiten is het nooit van Rein Dufait (1990, Oostende) wordt een selectie beeldhouwwerken uit 2017-2018 samengebracht met enkele recente sculpturen en assemblagewerken.
De beeldengroep, waarvan de opstelling doet denken aan een zaal in een glyptotheek (museum gewijd aan stenen sculpturen), wordt geflankeerd door het monumentale vlotstaanders (2024)

vlotstaanders,
2024
hout, acrylic one, verf, papier, pigment
114 x 339 x 10 cm
hieronder detailfoto’s © Dirk Pauwels

Drie afzonderlijke panelen werden samengevoegd tot één geheel, de verschillende kleuren, tijdens het werkproces gedeeltelijk verdwenen, vormden de aanzet – bouwen op een kleur is materie stapelen op wat niet echt bestaat. De uitdaging bij elk werk is het geziene tastbaar te houden, toe te voegen wat nog ongezien is.

De ruwe planken bij elkaar gevoegd roepen het beeld van een vlot op, de redding (hopelijk), de ruwheid (zeker), de angst (altijd) – het vlot moet een huis zijn om een thuis te bereiken, maar het vlot is geen huis, weert zich nauwelijks tegen de rauwe ruwheid van het leven (en de kunst).

De wisselvalligheden, de toevalstreffers, de mogelijkheden en de verboden : op de panelen, horizontaal liggend, op de grond, werd met acrylic one, een composiet, lijnen getrokken. In mallen, van hout en klei, werd het harsmateriaal gegoten en uitgehard. Soms werd het materiaal rechtstreeks aangebracht – mogelijkheden zijn voor de maker handelswijzen, werkprocedés, die nauwgezet uitgevoerd worden – een focus op details.

De verticale zienswijze, het werk rechtop gezet, is die van het analyseren na het eerste werkproces : een kijken naar het geheel, elementen weghalen, andere toevoegen, met verf zaken isoleren, benadrukken en binnen het totaalbeeld halen.

Het werk wordt opgebouwd in en door het kijken : de ene keer staat het rechtop, de andere keer ligt het op de grond – de zienswijze verandert, al blijft de kijker vanuit dezelfde positie kijken – het oog bouwt en beslist wat het resultaat (het einde) is.

De bouwelementen worden geaccentueerd – door de vorm zelf, door de nabijheid van andere vormen, door de kleuren die zich tonen in lijnen, die soms contouren zijn, of een dynamiek in het werk brengen – zijn de materiële vormen het houvast, zijn de kleuren de beweging, het zich ontvouwen van een werkelijkheid.

Het samenspel van detail en geheel zet zich over bij de toeschouwer : hij kan van dichtbij de vormen zien, door langs het werk te wandelen ervaart hij de beweging in het werk, de kleuren veranderen, van de ene vorm naar de andere kan, als bij stapstenen, gesprongen worden, het geheel blijft op de achtergrond aanwezig – omgekeerd, bestaat het geheel niet zonder de afzonderlijke componenten. De tussenruimte wordt zelf een vorm, de oorspronkelijke panelen blijven hun eigenheid bewaren, de herinnering aan het vlot – elke laag heeft een eigen werkelijkheid. Het is de toeschouwer die beslist wat hij ziet.