Het werk van Rein Dufait cirkelt rond de tegenstelling natuur-cultuur, een tegenstelling die hij wil ongedaan maken. Het maak- en groeiproces is een elementair en noodzakelijk proces om tot een werk (een idee) te komen. De arbeid blijft zichtbaar waardoor de werken beademd worden en de adem een vrije baan krijgt, hij brengt het werk van de maker naar de toeschouwer, transformeert het van een werk naar een levend ding.

Zoals de tijd in de natuur zichtbaar is, zo ook in dit oeuvre. De werken zijn delicaat en licht, al zijn de materialen soms zwaar en log. De kunstenaar heeft het talent om een vrolijkheid, beter: een blijheid, in de vormen te steken. Een levenswil en levensvreugde. De werken zijn daardoor niet statisch maar zijn levendig gemaakt door het procesmatige van de arbeid en de verwantschap met de natuurlijke vormen. Naast en in de natuur maakt hij zich een wereld waarvan de objecten vragen om juist op deze manier getransformeerd te worden. Make it new. Wat niet was, wordt na het tonen het evidente.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Bijlage bij Tesanada 7

Een tekst bij de tentoonstelling
Halfs - om heels van Rein Dufait
in Galerie Sofie Van de Velde Antwerpen
2017

Door Joris D’hooghe

Il n’y a pas de structures primaires
M.B., 1968

In de loop van het jaar 2015 nam Rein Dufait het strand van Oostende in als atelier. Hij werkte er met zand, dat er omgeven door betonijzers en verpakt in plasticfolie tot hopen werd herleid. Vandaag herinnert Halfs - om heels aan deze handelingen op het strand. Maar waar de zandhopen hun bestaan nog ontleenden aan de aanwezigheid van de mal, vervult de materie in de nieuwe werken de rol van fundament.  “Deer” en “Anna te Drieën” zijn sculpturen die zich laten kenmerken door de component van de lijn. Een tekening van ijzerdraad die zich, los van een drager, ruimtelijk ontwikkelt vanuit een ankerpunt in cement. In zijn vaste voorkomen houdt het zand nu vast aan de vorm die de kunstenaar ervoor heeft bedacht. Ijzer biedt het zand niet langer ondersteuning, maar richt er zich als takken uit op. Over het geheel van lijnen liggen ook fragmenten van folie gespreid. Niet langer aangewend op het strand kent het plastic een nieuwe bestemming. Het is uit zijn bijrol getreden.

Waar hij eerder aan de slag ging met materialen die hij vond, gaat Rein Dufait nu bewust op zoek naar het juiste decor. Finaal heeft het ontstaan waardoor zijn praktijk werd gekenmerkt, plaats geruimd voor het maken. In die zin leest een werk als “Spiegelt” als een onderzoek naar het ingrijpen van de kunstenaar. De structuur van koord en touw die schijnbaar achteloos is samengebracht, blijkt verstrikt te zitten in folie. Beweging wordt gestold. De intervallen tussen de lijnen zijn door Dufait eigenhandig in harmonie gebracht. Het ritme in het werk is door zijn handelen bepaald. Bij het realiseren van de sculptuur werd al het toeval geweerd. Bovendien laat “Spiegelt” zich lezen in een ongewone richting. Subtiel geeft de gladheid van de sokkel prijs dat deze na het harden werd omgedraaid. Vanuit deze logica beschouwd, blijken de koorden en touwen niet op te rijzen uit de fundamenten van het werk. Volgens de wetten van de natuur bengelen zij in feite naar een diepte. De sculptuur verbeeldt een omgekeerde werkelijkheid.

“Elsworth” toont een rechthoekig, wit vlak. Gekreukt en voorzien van een onregelmatig gesneden uitsparing. Verspreid over de ruimte schemert een ensemble van kleurvlakken - blauw, geel, groen - door de gelaagde oppervlakte heen. Strepen inkt voorzien enkele verward ogende compositielijnen van een donker accent. Het is een werk waarin Rein Dufait de kern van zijn praktijk heeft vervat. Toen Ellsworth Kelly eind 1959 deelnam aan 16 Americans in het MoMA in New York, werd de aard van zijn schilderkunst getypeerd aan de hand van het kleurvlak waardoor deze werd gedomineerd. Een kleurvlak met een scherp contour, drijvend op het doek. Een kleurvlak dat alle verbeelding naar de achtergrond verdrong. Enkele jaren later bleek deze manier van schilderen aan de grond te liggen van het minimalisme in de kunst. Steriel ogende vormen maakten zich meester van de taal van de kunstenaar. De primaire structuur ondergroef de subjectieve dimensie van het kunstwerk. Een kubus, een bol, een piramide. What you see, is what you see. Schijnbaar letterlijk refererend aan de vlakken van Kelly neemt Rein Dufait met “Elsworth” afstand van het steriele. Tegenover de meetkundige precisie plaatst hij de poëtische vorm. Meer dan het afgelijnde brengt een blik onvolkomenheden aan het licht. De stukken lezen als een beschouwing bij de perfecte vorm.

Kleurvlakken zitten ook verwerkt in de drieledige reeks “Schuw”, waarin een gewei van takken uitrust op vlakken van geel, groen en rood. Samen met het blauw uit “Elsworth” zijn dit kleuren die als een accent zijn aangebracht op de ruggen van de “Tesanada”. En net zoals het accent op deze boekenruggen geneigd is te vervagen - de tijd maakt het lichter, tot het oplost en verdwijnt - zal de kleur in “Schuw” verandering ondergaan. Over de structuur van takken ligt een folie van plastic gespreid, omzoomd met stroken metaal. Blootgesteld aan de omgeving van het werk, zijn ruimte en zijn toeschouwer, lijkt dit metaal blijvend te zullen roesten. Bruin en rood zouden zo dieper en donker worden. Diezelfde sfeer kenmerkt het werk “Waas”, waarin de doorlopende randen van een strook plastic roestig zijn afgezet. Ook hier ontwikkelt zich een spel van lijnen die zich aftekenen in de ruimte. Het lijkt niet ondenkbaar dat de hoekige roestvorm die eruit voorkomt, er na verloop van tijd anders zou kunnen uitzien. De statische toestand van het kunstwerk wordt zo van een kanttekening voorzien.

Samen met Halfs - om heels verschijnt ook een boek met zes tekeningen. Een uitgave van 187 exemplaren als de voorlopig laatste in de reeks die zich naast de sculpturen, tekeningen en edities als een kritische ader binnen het oeuvre ontwikkelt. De boeken van Dufait zijn niet louter werken op papier, maar vormen een bespiegeling bij het reproduceerbare voorwerp. Net zoals elke Tesanada handmatig met zijn titel wordt bedrukt, zijn ook de exemplaren van dit tekenboek verschillend gevormd. Op het blad tegenover elke tekening heeft hij een willekeurig gevormd stuk folie aangebracht. Een gekleurd vlak dat verwijzingen inhoudt naar “Schuw” of “Elsworth”. Maar evenzeer naar een zekere traditie. Toen Marcel Broodthaers in de eerste maanden van 1964 als dichter kunstenaar werd, vormde hij zijn laatste boek met gedichten langzaam om tot een sculptuur. Alvorens een pakket bundels in een plaasteren sokkel te planten, bedekte hij enkele bladen met fragmenten gekleurd papier. De gedichten aan het oog onttrekkend, zette hij het boek om tot object. In Dufaits uitgave met tekeningen overwoekert het folie dan wel geen woorden, zin of tekst. Met het aanbrengen van de kleurvlakken schrijft het werk zich aan de hand van een pertinente referentie in de traditie van het kunstenaarsboek in. Een medium dat de uitdrukking van een artistieke praktijk op schaal weet te verspreiden. Een medium waarbij lezen tot kijken verwordt. Alsof het boek de vorm van en tentoonstelling aanneemt.

De verschijningen voorbij toont het werk in Halfs - om heels zich relevant tot de geschiedenis die eraan vooraf ging. Verwijzend naar het minimale, ontkende Broodthaers de primaire structuur. Vandaag toont Rein Dufait ons dat de volmaakte vorm evenmin kan bestaan. En toch blijft de boodschap van de kunstenaar dubbel en gelaagd. Een willekeurig opgetrokken structuur blijkt bewust in scene gezet. Tijdens het maken van de sculptuur blijkt alle toeval geweerd. Terugkerende materialen en kleuren zetten een kluwen van verbanden uit. Doordrongen van poëzie, wijst het handelen van Dufait ons op het unieke van zijn artistieke creatie.

Brussel, februari 2017